dinsdag 18 november 2014




In Zijn dood gedoopt zijn!

Rom: 6

Heer', in Uw dood
ben ik gedoopt,
waardoor mijn oude zondige ik 
ook in Uw dood
voorgoed is begraven,
Mijn oude zondige eerste ik,
kan daaruit niet opstaan,
Maar mijn opnieuw geboren ik,
daar zal de dood mij
niet in kunnen bewaren,
Daarom ben ik in het geloof
door Uw doop in de dood
met U daaruit opgestaan.


Heer', nu ik nog
in het zondige vlees hier ben,
moet ik door Uw doop,
de zonden af gaan leggen,
Dat is een genadig leven dat ik ken,
omdat U voor mij,
dat in mijn doop wilt zeggen.
Laat hier daarom Heer',
mijn doop niet zijn,
een vrijkaart voor de zonden,
maar een meer en meer
smeken zijn,
dat ik daarvan mag worden ontbonden.


Heer', laat mij door Uw doop en dood
mij een heilig leven hier leiden,
opdat U, door het aan mij
geschonken geloof, in Uw doop,
U zich in mij kan verblijden
waardoor U door Uw dood
en opstanding,
mij tot Gods eer zal voorbereiden!


Soli Deo Gloria!



‘Weet u niet dat wij allen, die in Jezus Christus zijn gedoopt, in Zijn dood zijn gedoopt?’ (Romeinen 6:3, weergave DB 1545)
Maarten Luther;
(...) U moet er eens over nadenken hoe het komt dat u christenen bent. Zeker, u bent toch gedoopt in de Naam van Christus? Weet u nu ook waarom en waartoe u bent gedoopt? En ook wat het inhoudt dat u in het water bent ondergedompeld, zodat het water boven u gesloten is? (1). Niet alleen dat u door de vergeving der zonden bent gewassen en gereinigd wat de ziel aangaat, maar ook dat daardoor uw vlees en bloed tot de dood is veroordeeld en aan de dood is overgegeven. Voortaan zal vlees en bloed geheel verdrinken en uw leven op aarde zal een gestadig afsterven zijn van de zonde. (2). Want uw doop is ook een genadig doden, zodat God daardoor de zonde in u verdrinkt. Op die manier blijft u onder de genade en zult u niet door de zonde onder Gods toorn omkomen. Bij de doop geeft u zich over aan dat genadige verdrinken en barmhartige doden door uw lieve God. U zegt dan: ‘Verdrink en dood mij maar, lieve Heere, want ik zou nu voortaan graag met Uw Zoon aan de zonde gestorven zijn, opdat ik ook met Hem door genade zou mogen leven’ (vgl. Romeinen 6:10 en 2 Timotheüs 2:11).
Ja, we zijn niet alleen gedoopt in Zijn dood, maar ook met Hem door de doop begraven in de dood (Romeinen 6:4). Door Zijn dood heeft Hij immers al onze zonden met Zich in het graf genomen en al onze zonden begraven en deze bij Zijn opstanding in het graf achtergelaten (vgl. Kolossenzen 2:12 vv). Zodat het nu waar is dat de zonden – voor degenen die door geloof en doop in Christus zijn – geheel en volkomen zijn begraven en begraven zullen blijven. We leven nu echter al in een nieuw leven door Christus’ opstanding, waardoor we in het geloof de overwinning over zonde en dood, eeuwige gerechtigheid en eeuwig leven hebben.Predigten des Jahres 1535, vgl. WA 22, 94, 29 – 95, 23 (verkort)
(1) Als we de eeuwenoude doopvonten van de kerken in en rond Wittenberg zien, dan kunnen we ons best voorstellen dat daar een pasgeboren kind in ondergedompeld kon worden. Luther duidt hier echter meer op de betekenis van de doop, dan op de toen gangbare praktijk. Volkomen onderdompeling van de dopeling (zuigeling in het doopvont) was in Luthers dagen geen algemeen gebruik meer: 


Alles of niets Heere,
kan ik van U begeren!

Psalm 84 zingen
(3, 4, 5 en 6 OB)


Heere,
Wat blijft er over van mij,
als U op de wolken wederkomt
en mijn boordevolle
levens-emmer, zonder U,
eens om zal keren,
dan zit daar
voor U
toch niets bij?


Heere,
Welk werk zult U 
daar dan tussen vinden,
van wat ik hier heb gedaan,
wat voor eeuwig 
tot Gods eer alleen
  kan blijven bestaan?


Heere,
Wat kan mijn graf
U bieden,
als blijkt dat in dit leven
Uw wil in mij niet geschiedde
en ik aan Uw roepstem ben
voorbijgegaan?


Heere,
Waar vandaan komen Uw woorden
die mij en ook anderen,
hier toch nog
helder voor ogen staan
en die voor onze oren,

nog door Uw Geest zijn te horen?


Heere,
Laat mij in U
 eindigen en opnieuw beginnen,
door wat Uw Vader
in het binnenste van mij vond,
U heeft mijn vlees en bloed aangenomen,
waarvoor Zijn recht U aan het kruishout bond.
Zijn Liefde doet mij nu U beminnen
waardoor ik met U uit het graf opstond.
U maakte in mij vast en zeker,
dat eeuwig Drie-enig Goddelijk verbond.


Soli Deo Gloria!



  

maandag 17 november 2014

Bekering...

...is een werk
dat Gods Geest verricht
in de harten van Gods kerk.
Daar wordt mijn oog en oor
alleen op Gods wil met mij gericht,
dat verandert mijn vijandig gezicht.


Bekering is een werk,
waarbij het geloof 
onmisbaar voor mij is.
Dat 'gereedschap' wat God geeft,
kan bij mijn bekering
zeker niet worden gemist.


Bekering is als verkering
een omgaan met God.
Een dagelijkse lering
om te mogen ervaren hoe ik
aan Hem verbonden word.
Mijn leven lang hier een leerling.


Bekering is een beproeving
op mijn tijdelijke levensweg.
Daarop zal moeten blijken
of ik werkelijk niet ik gericht leef 
zo Gods Woord dat mij zegt.
Het is Jezus werk 
dat Zijn Geest mij geeft.


Bekering spreekt mij tegen
in het doen naar mijn wil.
Ik leer daarin gehoor
en uitvoering
aan Jezus wil en wet te geven,
tot eer van God
en om mijn levenswil.


Bekering is een wonder,
wat Gods Geest in mij werkt.
Daarin gaat mijn eigen wil 
helemaal ten onder.
Dit Goddelijke bekerings-wonder
daar kan ik niet zonder.


Bekering houdt net als verkering
eenmaal voor mij op.
Dan wordt het een Bruiloftsfeest.
De Bruiloft van het Lam
zal mooier en groter zijn
dan dat het eens 
in den beginne is geweest!


Soli Deo Gloria!


17 november

„Maar zo vaak iemand verzocht wordt, komt dit voort uit de zuiging en verlokking van zijn eigen begeerte.” Jak.1:14

Lezen: Romeinen 13:8-14 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

Als de Bijbel spreekt over elkaar liefhebben, is dat veel meer en ook heel anders dan de liefde tussen man en vrouw. Het is elkaar liefhebben met de liefde die God al in onze harten heeft uitgestort, nog voordat Hij ons vraagt om elkaar lief te hebben. Dit liefhebben is dus niet een zware opdracht, maar een mogelijkheid die God ons geeft. Dat is ook nodig! Want zonder liefde gaat de mens dood, kan hij niet tot werkelijke levensontplooiing komen.
Er is maar één soort liefde die niet goed is en waar een mens ook aan dood gaat en dat is eigen-liefde!
Eigen-liefde is ik-gericht en dat is de diepste zonde van de mens! Als Eva niet zo op zichzelf gericht was geweest...
Er zijn zoveel Christenen die het erg ‘moeilijk’ hebben met het volgen van Jezus, terwijl de Bijbel toch telkens weer laat zien dat er niets heerlijker is dan werkelijk achter Hem aan te gaan! Maar zolang we nog niet verlost zijn van ons op onszelf gericht zijn, is het onmogelijk om Christus Jezus te volgen en Hem te dienen. Want verzoekingen en verlokkingen zullen er altijd blijven zolang het ‘ik’ nog op de troon zit! Maar wie zich door Jezus laat vrijmaken en verlossen van z’n eigenliefde, wie zijn leven laat doorstromen met de liefde van Jezus, die wil niets liever dan verlost worden van zichzelf en van zijn ik-gerichte verlangens. Er is nog maar een korte tijd om ons leven geheel te kunnen inzetten voor het volvoeren van de Wil van God! Doet daarom de Here Jezus Christus aan! Als een mantel om je heen; dan zal er geen ruimte in ons leven overblijven voor ik-gerichte begeerten en wordt Zijn overwinning zo’n werkelijkheid dat de mensen om ons heen ons rekenschap zullen gaan vragen van ons geloof in Hem.

zondag 16 november 2014



Mijn belijdenis!


Mijn geloof is niet 
wat mijn verstand 
voor waarachtig houdt,
maar dat wat God 
door Zijn Woord en Geest,
in mijn hart laat zien,
waardoor ik van Hem
het zeker mag weten en er vast
op vertrouwen kan.

Het geloof is een middel,
dat God mij in Zijn genade gaf
om tot Hem te kunnen komen.
Dit in Zijn liefde waar Hij
door het verzoeningswerk van
Zijn Zoon aan het kruis, hel en graf,
mij mee kon belonen. 
waarmee Hij voor mij vergeving bracht,
waar ik zonder Zijn Zoon,
of enig ander mens,
ooit aan zou kunnen komen.


Dat kruiswerk voldeed
aan Zijn gerechtigheid
op zodanige wijze alsof
ik mijn zondeschuld,
tegenover zo'n liefdevolle
rechtvaardige God,
zelf zou hebben betaald,
waardoor ik zonder angst en vrees
voor Zijn rechterstoel kan verschijnen.
Zonder dit geloof zou ik
eeuwig voor Zijn heilig aangezicht
rechtvaardig moeten verdwijnen.

Zonder dit geloof
kan ik Gods Naam 
niet oprecht en dankbaar belijden!




Soli Deo Gloria!



Mijn hemelse Vader...


Mijn Vader die in de hemel is
maar door Zijn Geest dichtbij,
waardoor ik Hem nooit meer mis,
want zo waakt Hij over mij.


Mijn Vader die in de hemel is,
daar kijk ik rijkhalzend naar uit.
Daar waar mijn Heiland gewis
ook een plaats voor mij bereidt.


Mijn Vader die in hemel is,
waakt over mij hier op aard,
Hij is het die mij voor satans list
en verleidingen veilig bewaard.


Mijn Vader die in de hemel is,
Hij is het die mij verheugd en verblijd.
Zijn doel met mij wordt niet gemist,
doordat Jezus werk mij van schuld heeft bevrijd.


Mijn Vader die in de hemel is,
kan niet mijn aardse vader zijn.
Mijn sterfelijk lichaam neemt Hij weg,
Hij zal het gelijk aan Christus doen zijn.


Mijn Vader die door Zijn Zoon,
ook onze Vader wilde zijn.
Verheugt zich met al de zijnen,
wanneer wij tot lofprijzing
voor eeuwig bij Hem zullen zijn.




Soli Deo Gloria!



Daar...


... is geen twist of tweedracht,
daar waar God mij verwacht
het zal voor Hem eeuwige vreugde zijn
door Hem en voor ons zijn aangebracht.


Daar is geen geschrei of geween,
daar is geen moeite of verdriet.
Daar is vrede en blijdschap alleen,
daar waar ik God mijn schepper zie.


Daar is geen honger of dorst, 
daar is geen oorlogsgeweld.
Daar vraagt niemand wat het kost,
daar is vrede en liefde wat telt.


Daar wordt niet getrouwd of gescheiden, 
daar zullen wij ons in- en met elkaar verblijden.
Daar bestaan geen leugens of haat,
daar is het waar alles uit liefde gaat. 


Daar is geen dood, hel of graf,
daar neemt geen dief mij iets af.
Daar word ik door niets meer verleid,
daar ben ik nooit te vroeg of te laat
daar ben je niet vertraagd maar eeuwig op tijd.


Daar is geen twijfel, hoop of geloof, 
daar is alles eeuwig zeker, 
het is zeker want God geeft wat Hij belooft.


Soli Deo Gloria! 

zaterdag 15 november 2014

Eb en vloed!





Gods onmogelijk?
Amos 3:6

Is er een kwaad in de stad dat God niet weet?
De mens die dat gelooft ja, die is het
die van Gods almacht nog niets weet.
Dat is de mens die in zijn grootste zorg en nood,
Gods onmetelijke reddende macht
door ongeloof, buiten sloot.
De mens, die door Gods Woord en Geest,
op Gods werk vertrouwt,
die is het, die in zijn leven
 God nergens buiten houdt.



Soli Deo Gloria!


15 november


„Toen Simon Petrus dit zag, viel hij neder aan de knieën van Jezus en zeide: Ga uit van mij, want ik ben een zondig mens, Here.” Luc.5:8


Lezen: Lucas: 5:1-11 (Ga naar dit bijbelgedeelte)


Terwijl een grote schare aandachtig luisterde naar wat Jezus zei, waren er vlakbij een paar vissers bezig hun netten te spoelen. Misschien waren zij wel aan het mopperen, terwijl Jezus over de heerlijke dingen van het Koninkrijk sprak. Geen wonder ook als je de hele nacht hard gewerkt hebt zonder iets te vangen! Jezus houdt van mensen die aandachtig luisteren, maar Zijn hart gaat ook uit naar hen die het niet kunnen omdat hun hart boordevol zit met zorgen...
Omdat Petrus de innerlijke rust niet kon opbrengen om naar Jezus te luisteren, ging Jezus in zijn schip en vroeg hem de zee op te gaan, niet ver van de oever. Nu moest Petrus wel ophouden met het spoelen van de lege netten, nu moest hij wel ophouden met mopperen en kon hij niet anders dan luisteren. Wanneer onze handen tot rust komen van al het op onszelf gerichte werken, pas dan kunnen we echt naar Hem luisteren. Dan kunnen we ook bereid gemaakt worden om te doen wat Hij vraagt: „Ga naar diep water en zet uw netten uit om te vissen”! Wat Jezus vraagt is dwaas en heel ongewoon: vissen doe je alleen ’s nachts; overdag dalen de vissen naar diep water, onbereikbaar voor de netten. Daarom, laten we ons verstand gebruiken: als je de hele nacht niets gevangen hebt, heeft het zeker geen zin om het overdag nog eens te proberen!
Maar Petrus had Jezus horen spreken, het had hem wat gedaan! Daarom deed hij wat Jezus zei, ondanks de spottende blikken aan de kant. Maar wie buigt voor Zijn Woord, die gaat buigen voor Hem Die dat Woord gesproken heeft! Dan komt er een echte verootmoediging voor Hem: „Ga uit van mij, ik ben een zondig mens!”

www.bijbelsdagboek.nl


vrijdag 14 november 2014

Wanneer dan...

Math. 25: 34-46

Gods Koninkrijk wordt het hoogst geprezen,
daar waar men Hem de lofzang zingt.
De mens die door genade daar mag wezen,
is verwonderd over God die hem bemint.


Geen reden zal hij in zich zien,
waarvoor God hem kan behagen,
hij weet dat heb ik niet verdiend,
het wanneer en waarom zal Hij aan God vragen.


Zonder dat zij het hebben geweten,
horen zij de reden door God goed verstaan,
dat God zelf de maat heeft gemeten,
Hij weet wat zij voor zij voor Hem hebben gedaan.


Hij zal hij horen, wat hij deed voor de armen,
voedsel en kleding aan de ellendigen gaf,
zodat zij werden gevuld en zich konden verwarmen.
Waarom God Zijn genade aan hen gaf.


Het is niet de mens die loopt,
of allen rekening houdt met zijn doop.
Het is alleen de ontfermende God,
die bepalen zal het eeuwige mensen lot.


Gods Koninkrijk wordt het hoogst geprezen,
daar waar men Hem de lofzang zingt,
zij zullen eeuwig verwondert wezen,
over dat werk waarom zij door God worden bemind.


Soli Deo Gloria!


Wonderlijk schoon!






Mijn tijd is Zijn tijd!


De tijd van mijn leven,
heb ik van God gekregen
om die met liefde aan God
en mijn naaste te besteden.
Heb ik aan Zijn opdracht
 niet in zijn geheel voldaan,
dan kan ik naar Gods recht,
voor Hem niet eeuwig bestaan.


De tijd van mijn leven
heb ik van God verkregen,
om naar Zijn wil en wet
met mij, daarnaar te begeven.
Zet ik mijn eigen willen
en wensen daarbij voorop,
Dan is dat een rechtvaardige reden
dat God na mijn tijd
voor eeuwig met mij stopt.


De tijd van mijn leven
wordt in lengte door God bepaald.
Daar kan geen moment meer
door mij worden verkregen,
dan wordt ik voor
Gods rechterstoel gehaald.
Geen pleitgrond zal er dan
voor mij meer bestaan,
omdat ik in mijn tijd
niet aan Zijn wet heb voldaan.


De tijd van mijn leven,
is de tijd waarin God
mij dit wil vergeven.
Daarvoor heeft Hij zelf
in Jezus Christus Zijn Zoon
aan de eis ven Zijn wet voldaan.
Wanneer ik Hem nu
daar Zijn eer niet voor zal geven,
heb ik Zijn liefde voor mij
ver van mij weggedaan.
Dat is Gods tijd
waarvoor ik die heb gekregen.


Dan is de tijd van mijn leven,
vol van genade 
door Gods Liefde
in Christus verkregen.
Dan zal Zijn wet en wil
mij de vervulling geven
om dankbaar met blijdschap
en verwondering,
tot eer van Zijn Naam te leven.
Daarvoor heeft Hij mij,
door Zijn Geest en Woord,
het geloof in Christus gegeven.


Soli Deo Gloria! 


14 november

„Want des Heren ogen gaan over de gehele aarde, om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.” 2 Kron.16:9a

Lezen: 2 Kronieken 16:1-14 (Ga naar dit bijbelgedeelte)

Geheel anders dan koning Josafat zocht Asa meteen hulp bij de mensen. Dit leek hem veiliger en doeltreffender dan hulp bij God te zoeken. Als we in tijden van voorspoed de verborgen omgang met God zijn kwijtgeraakt, hoe zouden we dan op Hem durven vertrouwen in tegenspoed! Bovendien, het blijkt toch maar dat de hulp van mensen heel doeltreffend kan zijn: Basa blies immers de aftocht?! Waarom zou je op God vertrouwen als het met menselijke hulp ook gaat?!
Maar dan komt de ziener Chanani en herinnert Asa aan een gebeurtenis van zo’n tien jaar daarvoor (2Kron.14:9). Toen een overmachtige vijand tegen Asa optrok, had de jonge Asa geroepen tot de Here: „Here, er is niemand buiten U, om de machteloze te helpen tegen de machtige...” Ja, toen voelde Asa zich nog een machteloze, afhankelijk van zijn God en God had hem krachtig bijgestaan. Maar Asa was voorspoedig geworden en was zijn God vergeten, want zonder Hem ging het ook wel aardig...
God echter heeft Asa niet vergeten. Hij zendt Zijn profeet met het verwijt dat Asa’s hart niet meer volkomen naar Hem uitgaat. ‘Niet nodig’ is het antwoord van Asa. ‘Niet nodig’ blijft zijn commentaar als God hem drie jaar later op een ziekbed werpt. Ook dan bouwt de trotse Asa liever op de kennis van mensen. Die kennis heeft God immers ook gegeven?! Maar de wijsheid van de mens, wiens hart niet volkomen naar God uitgaat, faalt en Asa sterft. Zijn lijk krijgt een vorstelijke begrafenis, maar de Vorst der vorsten vond in zijn hart geen plaats. Het woord van de profeet is ‘brood voor ons hart’ en als ons hart naar Hem uitgaat, zal God antwoorden door voor ons op de bres te staan. 

www.bijbelsdagboek.nl

donderdag 13 november 2014



W...W...W...


Het wereld wijde web
van nog geen honderd jaren oud,
is als een onmetelijk groot vissersnet,
zolang het de vangst nog vasthoud.


Zoals een visser zijn net binnen haalt,
het goede van het kwade daaruit zal scheiden,
zo kan ook eens van het wereld wijde web,
het goede van het kwade worden gescheiden.


Hoe eenvoudig is het nu reeds voor te stellen,
dat aan het einde een moment aanbreekt,
dat het web niets meer heeft te vertellen,
als God dan alle gegevens daaruit binnensleept.


Geen ding zal er Hem kunnen ontglippen,
in het kwade of het goede wat Hij daarin vindt,
niets kunnen mensen daarin nog knippen,
Hij zal behouden dat Jezus heeft bemind.


Namen, cijfers, en nog heel veel meer dingen,
vanaf het 's werelds begin tot aan het eind,
dat God niet kan of heeft willen beminnen,
dat is het wat voor eeuwig dan verkwijnd.


Kennis in wetenschap zullen niets meer krijgen,
overheden en banken zullen moeten zwijgen.
Fabrieken en kantoren kunnen niet meer werken,
Gods alvermogen zullen alle mensen merken.


Dit alles overdacht ik in het vroege morgenuur,
niet wetende of dit zou ook eens zal geschieden.
Maar wel leek het mij zo wel heel dichtbij,
wanneer God dit in een moment zo zou willen gebieden.


Soli Deo Gloria!

De schepping




Honger?

Math. 5: 1-48 

Honger krijg ik hier,
 door niet voldoende eten,
wanneer het brood als stenen zijn,
dan heb ik niet genoeg gegeten.


Honger krijg ik hier,
als ik een halve waarheid hoor,
dat wordt dan een hele leugen,
dat komt de waarheid niet door.


Honger krijg ik hier,
waar liefde wordt gemist,
dat mist zelfs een dier,
dan is er haat of bedenkt men een list.


Honger krijg ik hier,
in een wereld van overvloed,
waar God niet wordt gemist,
dan is het geest'lijk voedsel niet goed.


Honger krijg ik niet meer,
nu God mij nog Zijn manna laat,
heb ik genoeg aan genade van mijn Heer',
die mijn honger naar zondigen wegdroeg!


Honger en dorsten
naar Gods gerechtigheid,
heeft Jezus Zijn bloed moeten kosten,
daardoor is mij een eeuwige maaltijd voorbereid.


Soli Deo Gloria!

woensdag 12 november 2014



Hét Gereedschap


Het gereedschap wat God Zijn Volk gaf,
dat is het geloof om daarmee te gaan bouwen,
Wat God geeft dat niemand meer af,
door dat gereedschap
kun je vast en zeker op Hem vertrouwen.


Jezus zag het geloof van mensen,
kleiner als een mosterd zaad,
Want als men dat zou hebben gehad,
zouden zij bediend zijn op hun wensen,
zulk mensen geloof vergaat.


Het gereedschap wat God in Christus gaf,
wordt door Zijn Geest aan ons gegeven,
daarvoor ging Hij naar kruis en graf,
om door dat werk Zijn Kerk te laten leven,
zolang ik leef neemt niemand dat mij van Hem af.


Goed gereedschap is het halve werk,
daarmee bouwt God hier Zijn Kerk,
om Zijn Volk daar te laten schuilen.
Door Zijn Woord en Geest
vallen zij niet in valse kuilen.


Gods gereedschap raakt overbodig,
wanneer Hij weder op de wolken komt,
dan heeft niemand Zijn gereedschap meer nodig,
dan vieren zij de Bruiloft van het lam,
waar zonder dat gereedschap daar niemand kwam!


Soli Deo Gloria! 

Milaan


Een Schuilplaats?


Ik vind deze schuilplaats
Duomo santa maria nascenteerg groot mijn Heer',
terwijl U op aard
geen plaats had
om Uw hoofd 
neer te kunnen leggen.



Steeds minder 'vluchtelingen'
komen hier niet meer,
om wat U hen toezegt,
door Uw Woord en Geest
daar uit te laten leggen.
Of Heer', heeft U hier
niets meer te zeggen?


Dan kan het toch niet lang meer duren,
dat men voor Uw Woord
en door Uw Geest Heer',
voor zulke sterke muren 
nog één steen op de ander zal leggen?



12 november
„Gelooft in de Here, uw God, en gij zult bevestigd worden, gelooft in Zijn profeten en gij zult voorspoedig zijn.” 2 Kron.20:20b
Lezen: 2 Kronieken 20:20-24 (Ga naar dit bijbelgedeelte)
Hoe dichter zij de overweldigend grote vijand naderden, hoe moeilijker het werd om met een lied in het hart verder te gaan. De avond daarvoor was er nog echt geloof, maar als je voor de feiten staat, is het heel wat moeilijker om te blijven vertrouwen. Koning Josafat beseft dat heel goed en daarom treedt hij naar voren en spreekt tot het volk deze geweldige woorden, die wij als tekst voor vandaag in ons hart willen griffen: „Gelooft in de Here, uw God, en gij zult bevestigd worden, gelooft in Zijn profeten en gij zult voorspoedig zijn”. Dat is een hart onder de riem steken, opdat het geloof niet bezwijken zal als straks de vijand met al zijn indrukwekkendheid zichtbaar wordt. Maar koning Josafat liet het niet bij woorden. Hij stelde mannen op... die de Here een lied zongen en Hem loofden, in heilige feestdos, terwijl zij vóór de bewapenden uittrokken en zeiden: „Looft de Here, want Zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid”!
Wat is dit? Fanatisme...? Waanzin? Neen, dit is de grote uitdaging van het geloof, om, als duisternis en vijandschap ons overweldigen, op de Here te vertrouwen en ondanks de neiging om naar eigen inzichten te gaan handelen, eenvoudig te doen wat God zegt. Dit is nu: het in gehoorzaamheid wagen met Hem.
Hoe vaak zegt de Bijbel niet: „Op het ogenblik dat zij de jubel en de lof aanhieven” ...vielen de muren van Jericho (Jozua 6:20); werden de Ammonieten en de Moabieten verslagen (2Kron. 20:22); gingen alle deuren van de gevangenis open en de boeien van allen raakten los (Hand. 16:25,26)! Zou er nú ook niet meer bevrijding zijn als we God vaker de lof zouden toezingen, zelfs als het heel erg donker wordt?

www.bijbelsdagboek.nl

Soli Deo Gloria!

dinsdag 11 november 2014


Aanhoudend geloof!
Joh. 9: 1-49
Romeinen 8

Wie zijn kruis hier zal dragen,
weten mag welk doel dat dient,
zal door het kruis 
van Christus worden gedragen en 
daardoor zal hij de dood niet zien.


Wie zijn leven weet in Jezus hand,
weet dat hij het zelf niet kan behouden,
die steunt niet op zijn verstand,
zal alleen op Hem vertrouwen,
geen angst die hen nog bevangt.


Wie altijd op zijn zonden ziet,
acht Jezus werk te klein,
die ziet de vergeving daarvan niet,
waardoor hij geen zondaar meer zal zijn,
maar de zonden zo bij hem houdt.


Wie op zijn eigen werken bouwt,
zijn zwakheden niet onderkent,
kan niet op God hebben vertrouwd,
wil niet afhankelijk van Hem zijn,
Gods hulp zo ver van zich houdt.


Wie in zijn blindheid niets meer ziet,
tastend door het  leven gaat,
verlaat de nabijheid van Christus niet,
smeekt Hem of Hij zijn ogen open maakt,
gelooft, dat hij door zijn Heiland, dat wonder ziet.

Soli Deo Gloria!







Naar uitzien!


Een geloofs moment