vrijdag 5 april 2013

 
Misbruiken van...
 
 
Hoe vaak Almachtig God
misbruikte ik Uw Naam,
waar ik zei; op U te vertrouwen,
nu belijden moet
met schaamte voor spot,
nog op mijn eigen
 veiligheid te bouwen.
 
 
Hoe vaak Almachtig God
misbruikte ik Uw Naam,
om tegen mijn naaste te zeggen,
dat zij dat niet hadden gedaan,
Maar toen ik dat hen trachtte
uit te leggen,
tegen mijzelf moest zeggen;
dat heb jij zelf niet verstaan.
 
 
Hoe vaak Almachtig God
misbruikte ik Uw Naam,
door niet te handelen
zoals ik dit door
Uw Geest en Woord
heb verstaan, maar toch
 mijn eigen gang bent gegaan.
 
 
Hoe vaak almachtig God,
misbruikte ik Uw Naam,
door ongelovig
mijn eigen gang te gaan.
Ach Heer', vergeef mij toch
dit U mijn God
 te hebben aangedaan.
 
 
Hoe vaak almachtig God,
misbruikte ik Uw Naam,
waar ik zonder dat ik mij schaam,
mij alles permiteerde
wat ik van U niet leerde,
toch te hebben gedaan.
 
 
Hoe vaak hebt U mij doen verstaan;
ja, jij misbruikt
Mijn Heilige Naam,
voor al jouw eigen belangen,
heb jij je met mijn Naam
doen vervangen,
dat laat U mij nu verstaan.
 
 
Ja nu heb ik dit verstaan,
dat ik U daarmee
aan het kruis heb doen slaan.
Ja Heer', dat heb ik
met het misbruiken
 van Uw Naam, U aangedaan.
waardoor ik nu
Uw Recht en Waarheid
heb verstaan!

 

Soli Deo Gloria!

 
 5 april
„Gij zult de Naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken!” Ex.20:7a
Lezen: Ezechiël 20:39-44 (Ga naar dit bijbelgedeelte)
In dit hele hoofdstuk wijst God erop hoe Zijn Naam steeds ontheiligd is door de ongehoorzaamheid en afgoderij van Zijn volk. Toen zij nog in Egypte waren, heeft God al overwogen om Zijn grimmigheid over hen uit te storten omdat zij meer geboeid waren door Egyptes goddeloze wijsheden, dan door de God van Abraham (:8,9). Maar terwille van Zijn eed, aan Israël gedaan, heeft Hij hen toch uit Egypte geleid naar het land overvloeiende van melk en honing.
Door de hele verdere geschiedenis van Israël is het niet anders geweest! En dan eindigt, vanaf vers 39, de profeet met het doorgeven van deze woorden van God. In de vertaling rijzen wat moeilijkheden, maar het komt hier op neer: ga dan maar door met het dienen van de afgoden, maar blijf daarin niet ook Gods Naam nog gebruiken! Een van de grootste zonden is dat we Gods Naam ijdel gebruiken. Als iemand Gods Naam ijdel gebruikt in een vloek, dan is dat niet zo erg als wanneer we met onze mond zeggen dat we op God vertrouwen, maar in de praktijk van het leven de afgoden dienen en daar op vertrouwen. Alles waar we op vertrouwen in dit leven buiten God om, is afgoderij. Als we bij ziekte ons volledig toevertrouwen aan de wijsheid van de mensen en alleen nog bidden omdat het in elk geval niet schaadt, dan hebben we veel verlossing nodig van vrome, doch heidense afgoderij. Want dan misbruiken we Gods heilige Naam! Maar geen mens zal in staat zijn om te verstaan hoe gruwelijk wij Gods Naam ijdel gebruiken, totdat God Zich over ons ontfermen gaat. Pas dan zullen we, terugdenkend aan al onze handel en wandel, gaan walgen van onszelf omdat we dan pas beseffen wat we onze God hebben aangedaan!


ReagerenPrintenMail-a-friend
 
 
 
 
 


Er eeuwig zijn!


Mijn God is eeuwig,
geen dood is in Hem.
Hier ben ik maar
even aanwezig.
Maar Hij is het,
die mij kent.
Ook als ik 'dood' ben,
ben ik van Hem!

Mijn God is er altijd,
waar ik ook ben.
Maar lang niet altijd
ben ik bij Hem.
Als ik verdwaald ben
ontloop ik
Zijn stem.
Toch is Hij mijn God
want ik ben van Hem,
Hij verstaat mijn
klagende stem!

Mijn God is er altijd
in Zijn Woord en Geest.
Daar waar Hij
mij in aanroept,
zodat ik Hem vrees.
Voor Hem ben ik
alleen in Christus
er altijd geweest!

Mijn God is er altijd
voor eeuwig geweest,
ook voor de ander,
die Hem nu nog niet vreest,
Maar die Hem
nu niet erkennen,
kunnen nu niet meer zeggen
Hij is er voor mij
niet geweest!

Mijn God is er altijd,
voor die Zijn Woord leest,
door Zijn Geest dat geloven,
wie Hij ook voor hen
is en was geweest!
Aan u en aan mij
de opdracht gegeven,
geef Mijn Woord door
aan die dit niet weet!

Mijn God is er altijd,
gelijk een vader met kind,
die als hij hem kwijt is
de weg naar huis
niet meer vindt.
Nog meer zal Hij
wezen in Jezus Zijn Zoon,
die Hem van God
heeft gekregen,
ziet Hij
als Zijn eigen zoon!

Mijn God is er eeuwig
in het bloed van Zijn Zoon
die Zijn leven gaf,
ontvingt dit als loon,
Hij ging voor mij
in de dood, hel en graf.
Zo nam God in Zichzelf
de zonden en 't ongeloof
van mij af.
Met Hem ben ik
uit het graf verrezen.
Verenigt met Hem,
zal ik tot glorie van mijn God
eeuwig leven voor Hem!

Soli Deo Gloria!
 
   


donderdag 4 april 2013

 
 
Onderscheidelijk verstaan!
melodie: Psalm 108
 
 
1. O God laat zien aan ieder mens,
dat wij niet doen naar wat U wenst.
Wij zonder U zijn hier op aard
terwijl U ons nu nog bewaart.
Laat ons de weg van U ook gaan
waarop wij veilig kunnen staan.
In alles naar Uw wil doen hand'len
zo naar Uw wet in Christus wand'len.
 
 
 
2. Laat Heer', ons naar Uw wil doen gaan,
dat door Uw Geest Uw Woord verstaan
Ja, vrezen voor Uw heil'ge wet.
die U op mensen hebt gezet.
Als U Uw wil in ons zo leidt,
dan zijn wij Heer', in U verblijd
bereidt om naar Uw wet te leven
ja. door Uw kracht aan ons gegeven. 
 
 
3. Heer', draag van ons de schulden weg,
waar wij niet doen wat U ons zegt.
De straf die daardoor is verdiend,
dat in Uw licht van Waarheid ziend''
Geduldig wachtend' op U Heer',
wanneer U tot ons wederkeer.
Als wonder dit zullen ervaren,
hoe U ons eeuwig zal bewaren.
 
 
4. Haal Heer' bij ons die krukken weg,
laat ons geloof zijn waar en echt.
Bevrijdt zijn van schijnheiligheid.
D' oprechten zijn in U verblijd.
Ontneem ons wat Uw Naam niet dient,
wat Gods wil hier niet heeft gediend. 
Ja wil in en aan ons doen blijken,
dat wij op Jezus Christus lijken!
 
 
Soli Deo Gloria!
 
 
 
 
 
 
 
 
 
  

woensdag 3 april 2013

Gebed
melodie: Psalm 56


 1. Hoe lang o God zal ik nog hier op aard,
  in Uw gena' hier door U zijn bewaard,
   leer naar Uw Woord mijn voetstappen zetten 
ach Heer', blijf op mij letten.
U weet van mij wat dikwijls af doet leiden,
laat mij hier toch alleen in U verblijden.
leer mij te tellen al mijn levens dagen,
waarin U mij beproeft,


2. U liet mij zien hoe goed U bent voor mij,
Uw lieve Zoon kocht met Zijn bloed mij vrij.
O Geest wees U Gods leidsman ook in mij
 als men mij aan zal klagen. 
Geef U o Heer', dan antwoord op de vragen,
waar U alleen het antwoord op kan geven,
 naar recht en waarheid ik door U zal leven,
verlost van 't wreed geweld.


3. Wees U o Heer', dé Wachter van mijn mond
    laat die Uw waarheid toch ter aller stond,
  Uw woorden zeggen van Uw groot verbond
dat U hebt afgesloten,
  met zondaars ja, dat zijn Uw gunstgenoten,
O Geest wilt U mij ijv'reg op doen letten,
dat wat verkeerd was ook weer recht zal zetten,
dit door Gods liefde doen! 
  

4. U hebt o God ook aan Uw volk getoond
 ja, in een wolk ook bij hen eens gewoond,
hen leidend door de zee naar 't Heilig land,
U wonderen betonend'.
Wil in Uw kracht ons hart daardoor verschonen,
wat Jezus deed voor die zijn uitverkoren,
zo gaat Uw liefde bij ons niet verloren,
U dankend' zijn beloond!


Soli deo Gloria!



ongeloof
was het maar waar?
dat waar is!

Als de mens in zijn wil,
zich met groot geweld
tegen God verzet.
Is dat zijn ongeloof
waar hij niet op let.
Als hij meent
dat Gods Waarheid
dat leert,
dan moet hij wel geloven
ja, ik ben onbekeerd!

Leest hij Gods Woord
wat hij niet geloofd,
dan is hij het zelf
die God van Zijn eer beroofd.
Ook al zou hij schuld
belijden,
dan wil hij niet dat God
hem van ongeloof
zal bevrijden!

Geloofd hij niet dat Gods Geest,
Gods Woord doet verstaan.
Dan houdt hij met al zijn
tegenstand,
zich ver van God vandaan.
Wil hij gelijk een paard
de wil van zijn meester niet doen.
Dan is het en blijft het
dat God in Christus
zijn schuld niet verzoend!

Was het maar waar zucht die mens
dat ik de waarheid
van God tegenstaat.
Was het maar waar dat ik de wil
van God steeds verlaat.
Ja als ik dat maar
is zou verstaan.
Dan zou ik geloven wat God
voor mij heeft gedaan. 

Heer', ik geloof
kom mijn ongeloof te hulp.
Dat vraagt een zondaar
aan God die voor hem bestaat.
Daarom volgt hij de weg
waarop Jezus met hem gaat.
Dan ontdekt hij bij Zijn kruis,
Ja, hier hoor ik met mijn 
ongeloof thuis. 

Dan zal geloven
een echt wonder wezen!
Voor hen die aan Jezus
hun schuld zullen geven,
Zij zullen zien dat
God dat al deed,
wetende dat de mens
dat van zichzelf niet weet.
Dan zal wat onmogelijk 
bij mensen is,
gebeuren in God,
Die zich nooit vergist!

Hoe ellendig is de mens,
die van God hoort
maar Hem niet kent.
Niet begrepen hebben
wie God tot hem zendt.
Saul, Saul wat vervolgt jij Mij.
 Heer wie bent U, vraagt hij.
Ik ben Jezus die jij vervolgt,
dit terwijl Hij voor jouw
verlossing heeft gezorgd!

Soli Deo Gloria!  
  

   
 
 
 
Meten is weten!
 
 
Dat ik van God mag weten,
hoe groot mijn God wel is.
Met Zijn maat gemeten
heb ik mij zwaar vergist.
 
 
 
Dat ik van God mag weten
Hij zal mij niet vergeten,
hoe zou ik dan kunnen zwijgen
 wat bij God is te verkrijgen?
 
 
 
Dat ik van God mag weten,
hoe lief Hij zondaars heeft,
Zal ik het dan vergeten
dat Hij dat u ook geeft?
 
 
 
Dat ik van God mag weten
wat ware Liefde is,
dat daarmee gemeten
onze liefde zich vergist.
 
 
 
Dat ik van God mag weten
wie Jezus Christus is,
dat moet ik u laten weten
als u zich in Zijn Naam vergist!
 
 
 
Dat ik van God mag weten,
dat Hij Almachtig is,
bij mij de maat zal meten,
die Zijn Zoon niet vergeet. 
.
 
 
Wie van geen God wilt weten,
zijn eigen maatje meet.
laat God door Zijn Geest nog weten
dat hij Gods maat niet weet!
 
 
Soli Deo Gloria!
 

 
Hoe groot en klein?
 
 
 
Hoe onbeschrijfelijk groot
is de Liefde die ik van God genoot,
in de openbaring van
Zijn Liefdesverklaring.
Nooit zou ik die kunnen verstaan
als Zijn Geest en Woord
 niet open waren gegaan.
dan had ik niet geweten
 wat God voor mij heeft gedaan.
 
 
Hoe onbeschrijfelijk groot
is God in Zijn geduld,
dit nog steeds na zoveel jaren
aan mij opnieuw nog wil verklaren.
Mijn zonden zou ik niet kunnen verstaan
als Gods wet niet was open gegaan
Nee het zou zonder geloof niet kunnen,
om mijn dood aan Christus te gunnen*.
 
 
Hoe onbeschrijfelijk klein
moet ik dan wel niet zijn.
die met het blote oog
 niet was te aanschouwen,
God mij toen reeds kende
op wie ik nu mag vertrouwen.
Al voor dat ik het licht zag,
ging Jezus voor mij
aan 't kruis, in de hel en 't graf.
 
 
Geen zondaar zonder God,
weet niets van zijn noodlottig lot,
Zijn ijdele verstand
houd hem aan zijn eigen hand,
waarop hij dan vertrouwt,
waardoor hij niet kan weten
hoeveel God van hem houdt.
O mens geeft Jezus maar uw schuld,
Hij heeft alleen Gods wet
 voor u en mij vervuld.
 
 
Soli Deo Gloria!
 
* Markus 14:27-31


dinsdag 2 april 2013

 
 
 
 
De handen van...


De handen van mijn Heer',
ontvouwen mij steeds weer
het wonder van genade
aan mensen hier op aarde
die door hun grote schuld
daar nagels zijn geslagen.
Wie zich daaraan ontrekt,
is aan zijn schuld niet ontdekt.


De handen van mijn Heer',
verkondigen mij steeds weer
de kracht van zijn genezing,
die Hij schonk na vergeving
van de hulpeloze mens
die daar niet naar vroeg,
de zonden van hen droeg,
dat was niet hun eerste wens.


De handen van mijn Heer',
schreven in het zand,
waar mensen Hem eens vragen,
welk oordeel dat Hij geeft,
die niet naar Mozes wetten leeft.
Het antwoord wat Hij gaf;
die zonder zonden is,
werp dan de eerste steen.
Toen dropen zij toen af.


De handen van de Heer',
heffen Zijn diennaars telkens weer,
geven zondaars Zijn zegen,
Die handen houden niemand tegen
om tot Jezus alleen te gaan,
 vraagend' hun zonden te vergeven.
Laat kinderen bij Hem staan
ook hen geeft Hij Zijn zegen.


Soli Deo Gloria!


 

 
 
 
Het verstand laat na...
naar Psalm 36 :4b
 
melodie Psalm 1
 
 
1. Red Heer mijn ziel, die zonder U niets weet
 van goed nog kwaad ja heel Uw wet vergeet
om op mijn weg oprecht te zullen hand'len,
Ja zonder U daar niet naar waarheid wand'len,
Leer mijn verstand dat zonder U niets kent
van wie en hoe U voor een zondaar bent.
 
 
2. Het dwaas verstand weet van 't geloof niets af,
t' gaat zonder U te kennen naar het graf,
als U Uw Woord en Geest dat zal onthouden
hoe het alleen op Gods wil kan vertrouwen.
De mens zijn pad gaat dan zo hij het wil.
Ach Heer' mijn God  houdt U voor mij niet stil.
 
 
3. Alleen Uw woord laat door Uw Geest mij zien,
de straf die U eens nam heb ik verdiend.
Dat wonder zou ik van mijzelf niet weten,
want door mijn schuld ben ik van God vergeten.
Maar Heer', dat werk wat U aan 't kruishout deed,
verstaat mijn ziel dat God mij niet vergeet.
 
 
4. Daardoor prijs ik mijn God met heel Zijn Kerk,
die Hij verkiest door Christus liefde werk.
Hoe groot Hij is en ook voor ons Almachtig,
dat blijkt in ons en maakt Hij ook indachtig,
door het geloof wat Zijn genade is
Ja, buiten God wordt alles dan gemist!
 
 
Soli Deo Gloria! 
 
 
 
 
 

jij er ook bij!
 
Jij bent er
 zondermeer!
Het is helemaal
jouw leven,
dat jij van niemand
anders dan van God
hebt verkregen!
herken jij Hem
in jouw leven?

Jij bent hier
zonder zonden meer
in jouw leven!
Als je in Hem gelooft
die Zijn leven
,ook voor jou,
 heeft gegeven!
Kun jij Hem
daar antwoord
opgeven?

Jij bent hier
ook bij Hem bekend.
Ook al weet jij niet
dat jij één
van Hem bent.
Maar zonder dat te weten,
zal jij God vergeten!
Ben jij in Zijn Naam
gedoopt,
Is Hij het
in wie jij hoopt?

Jij bent hier
een mens
door God geschapen,
niet door mensen gemaakt,
ook niet komende
van de apen!
Hij die jou kent
al voor jij er hier was,
Is Hij het alleen 
Die op jou past?

Jij bent het
die dit nu leest.
Ben jij er één
die God vreest,
heb jij Hem
leren kennen?
Zijn Woord en Geest
maakt dat jij verstaat
wat jij van Hem leest.
Vraagt het Hem
voor dat jij 
dit leven verlaat! 
  
Ja jij daar
Hij spreekt jou dan aan.
als jij dit door
Zijn Woord en Geest
zult verstaan?
Want dan kun jij niet meer
om Hem heen.
Dan zeg jij met mij
het is Jezus alleen,
die onze schuld op Zich nam,
waardoor God in Hem
tot ons kwam!
   
Ja, Hij hier en daar,
waar jij ook bent,
wijst jou er naar
dat Hij jou ook kent!
Jij zal Hem nu al
niet meer 
kunnen ontlopen.
Kruip jij voor Hem weg,
of doe jij nu
gelovend wat
Hij tegen jou zegt?
Ja dan geef jij met mij,
 Hem
 
Soli Deo Gloria! 
 
  
  
 
 
Jezus leeft!
melodie: Psalm 81
 
 
1. Ja mijn Jezus leeft,
'k zal Zijn Naam belijden,
Die mijn schuld vergeeft,
hoort naar mijn gebed,
Hij heeft mij gered,
uit de macht van Satan.
 
2. Ja mijn Jezus leeft,
heeft mijn dood genomen.
Hij die leven geeft,
is mijn Heer' en God
Hij bepaalt mijn lot,
zal eens wederkomen.
 
3. Ja mijn Jezus leeft,
zal mijn Heiland blijven.
Daar in angst en vrees,
Satans list mij kwelt,
wat hij mij vertelt
zal 'k mijn Heer belijden.
 
4. Ja mijn Jezus leeft
zal vergeving geven,
'k door mijn Heer' niet vrees,
zal ik zonder sroom
eenmaal voor Gods troon,
niet meer hoeven vrezen.
 
5. Mijn Verlosser leeft,
nooit meer zal Hij sterven
die mij 't leven geeft
dat kan Hij alleen,
k' wend mij tot Hem heen
't leven van Hem erven.
 
6. 'k Open nu mijn mond
ja , om Hem te eren,
die Gods Recht verstond,
dat aan 't kruis volbracht
zo Gods Waarheid bracht
door Zijn Geest die leren.
 
7. 'k Dank mijn God de Heer'
wat Hij heeft gegeven
in mijn Jezus weer,
't leven in Zijn licht
'n vrolijk aangezicht,
eeuwig voor God leven!
 
Soli Deo Gloria!

Uit een preek over: 1 Korinthe 15:51-53
Het is helemaal terecht dat we na het Paasfeest preken over de opstanding van Christus en het Artikel van de opstanding der doden behandelen. Niet alleen preken we dan over de opstanding van onze Heere Jezus Christus, dat Hij omwille van ons uit de dood is opgestaan – zoals Hij ook omwille van ons gestorven is – maar daarbij ook over onze eigen opstanding. Dit alles doen we, opdat we in het geloof krachtig bevestigd worden en volkomen zekerheid ontvangen dat ook ons lichaam weer zal opstaan en levend worden. De opstanding van Christus doet ons immers geen nut als wij – voor wie Christus opgestaan is – Hem in deze opstanding niet navolgen, namelijk als wij niet, zoals Hij uit de dood is opgestaan, zelf ook uit de dood zullen opstaan. Nu is het echter zo, dat wij Hem zeker niet kunnen navolgen en met Hem kunnen opstaan ten leven, als we niet geloven dat Zijn opstanding tot onze zaligheid geschied is. (…) De opstanding van Christus gaat ons zoveel aan, dat we op de paasdag het “Christus is opgestaan” zingen, en zoals het lied gaat: “Christus’ opstanding zal onze blijdschap zijn.” Zal echter de opstanding ons werkelijk tot blijdschap zijn, dan moeten we dit geloven, geloven we het niet, dan is Zijn opstanding voor ons van geen enkel nut. Voor Zichzelf had Christus immers niet hoeven opstaan, zoals Hij ook voor Zichzelf niet had hoeven sterven, maar omwille van ons is Hij gestorven en opgestaan. Daarom moeten wij Zijn sterven en opstanding gelovig aannemen en ons daarover verheugen en daarvan zingen, omdat dit alles tot onze zaligheid en troost is. Namelijk dan, als wij geloven dat ook wij zeker uit de dood zullen opstaan, zoals Hij opgestaan is.
Maarten Luther
 
 
 

maandag 1 april 2013



Mijn God!


Mijn God, mijn God
U heeft
mij niet verlaten.
Doordat U al mijn straf
aan Jezus Christus gaf,
wilt U
 weer met mij praten.

Mijn God, mijn God,
dat bent U
nu echt van mij!
Want U kocht
in Jezus Christus bloed
mij schulden vrij.
Daarom bent U
God van mij! 

Mijn God, mijn God
dat wilt U
altijd voor mij wezen.
Uw Liefde
heeft dat in Christus
aan mij bewezen.

Mijn God, mijn God
U zal ik loven,
U veranderde mijn lot,
daar ik 
in U mag geloven.
Door Uw Zoon
aan het vloekhout 
te hebben verlaten.
laat U Uw Geest
in mij praten!

Mijn Heere en mijn God
dat zijn ook nu
mijn woorden.
Nu mag ik horen
van U
Liefde accoorden;
Ik ben ook jouw God.

Soli Deo Gloria!
  
Opgewekt en Opgestaan!

De Heer'
is waarlijk opgestaan
en is
van Simon gezien,
niet hij heeft Hem gezocht,
toen Hij
aan hem verscheen.

De Heer'
is altijd de Eerste
in wat Hij
voor ons doet.
Als het van ons
moest komen,
dan kwam het
nooit meer goed!

De Heer'
komt onderweg
de Zijnen
altijd tegen.
Zelfs als zij
Hem niet herkennen
ontvangen zij
Zijn zegen.

In het breken van het brood
laat Hij
aan ons Zich zien.
de tekenen in Zijn handen.
waardoor ik Hem
 nu gelovig dien.
De Heer'
is opgestaan
Hij is ook door mij, 
een 'ongelovige',
gezien!

Soli Deo Gloria!

 
Verdwaald?
Jesaja 65
Ik ben gevonden van hen...
 
 
Het is mij geleerd;
jij bent onbekeerd.
Maar als ik dat ben,
wordt dat hier niet geaccepteerd
 maar ook niet omgekeerd.
 
Het is mij geleerd
te bidden en te danken
bij het eten,
ook voor en na het slapen.
God zou dat zegenen
en over mij waken.
Ben ik dat kwijt
aan het raken?
 
Het is mij geleerd
in Gods Woord te lezen.
Dat heb ik geprobeerd
maar het ging
steeds korter
en vlugger wezen.
 
Het is mij geleerd,
Jezus is de goede Herder,
maar ben ik wel in Zijn stal
raak ik hier niet steeds verder
in het steenachtig dal,
keert bij mij dan niet
 het schip de wal?
 
Het is mij geleerd
Jezus te volgen,
maar houd ik van mij niet
voor Hem verborgen
dat kwaad
wat door mij is gedaan?
 
Het is mij geleerd
te bukken en te buigen
ja, van Gods liefde te getuigen.
  maar hoe vaak
 hield ik mijn mond
toen er een spotter
naast mij stond?

Gods Geest heeft mij geleerd,
Ik ben het die jou bekeert.
Door Gods Zoon
aan het vloekhout te hangen,
maakt Hij hét
dat jij
naar jouw Vader
gaat verlangen!
 
Soli Deo Gloria!