maandag 2 juni 2014

Hoelang nog?

Waren er geen zonden,
dan waren er geen wonden
ook geen ziekte, dood of pijn,
wij zouden onsterfelijke
schepselen van God kunnen zijn,
Godes zonen wezen.


Maar zonden zijn er wel,
daar valt geen mens aan te ontkomen,
daarvan geven wij elkaar de schuld,
niemand heeft dat zelf gedaan,
er waren al vele geslachten
die dat deden en ons zijn voorgegaan.


Wie denkt dit van zichzelf te weten
dat hij of zij voor God onschuldig is,
omdat Hij Gods wet heeft vergeten
en daarom Gods doel heeft gemist.
Waaraan kan men dan zonder God weten,
dat men voor God wel de dood schuldig is.


Vragen, die niemand zichzelf zal stellen
worden door ons elkaar opgelegd,
niemand kan zonder God ons vertellen
wat Hij in Zijn Woord ons heeft voorgelegd,
dat is Zijn Geest die dat alleen doet,
daar wordt onze schuld gevonden in Christus bloed.


Vragen komen naar voren
waar antwoorden ontbreken,
God heeft die mensen uitverkoren,
waar Zijn Geest in hen leert smeken;
Heer' wat wij verkeerd hebben gedaan,
dat laat Uw Geest in onze eigen taal verstaan.


Komt tot Uw Heiland,
blijf niet bij Hem weg,
doe wat Zijn Geest u zegt,
laat u dopen in zijn dood,
Hij maakt u levend,
en maakt U Gods gunstgenoot.


Zijn er dan geen zonden meer,
nadat ik tot Hem ben gekomen,
waarom doe ik die steeds weer
blijven die dan in mij wonen?
God weet hoelang en hoeveel U moet leren,
om zonder zonden met lichaam en ziel,
u tot lof van Hem terug kan keren!


Soli Deo Gloria!

Waarom die boom?


Soms zie ik mij genieten,
gelijk een dolle hond,
spellende met de kinderen
al hollend in het rond.
Mij van geen tijd of kwaad bewust,
speel ik dan met lieve lust,
het spel dat ons het leukste lijkt,
totdat de werkelijkheid dan blijkt,
verschrikt kijk ik dan in het rond
dat brengt ons met beide 
benen weer op de grond.


Wat moest dat toch een vrede zijn
die Adam eens genoot,
niet wetende van ziekte of pijn
geen kennis aan de dood.
Alleen die ene boom
waar Zijn Schepper hem op wees,
daar wist hij van blijf daar vanaf,
anders is Mijn tijd op aard 
er voor jou geweest.


Hem stoorde die boom daar niet,
want hij had het zelf van God gehoord,
maar Eva die uit hem kwam,
werd door de Satan als slang gestoord
met vragen waar zij door werd verleid,
zij nam van de boom, gaf daarvan ook hem,
hij nam en weg was de vrede met God
en er kwam een einde aan hun tijd!


De mens kwam in zijn tijd van leven,
die God nadat Hij hen te voorschijn riep;
waar ben jij Adam nu gebleven,
was God het niet die Hem verliet.
Hij gaf de straf aan mens en dier,
omdat Zijn wet was overtreden,
sindsdien erkennen wij Zijn wil niet hier,
Gods recht wordt door elk mens
met voeten platgetreden.


Waarom, waarom die ene boom,
heeft God die daar dan neergezet,
dat is de Liefde van Zijn wet,
waarin Hij Zijn gunst aan ons doet blijken,
want God heeft in Christus
die overtreding Zelf rechtgezet,
waardoor wij weer op Hem kunnen lijken.
De prijs die God ons nu doet verstaan,
die hadden wij nooit kunnen weten
wanneer God dat niet Zelf had gedaan,
dan konden wij Zijn genade nu wel vergeten.


De mens gaat al dolende over de aard,
geniet van zijn eigen feesten,
waarin zijn leven niet wordt gespaard
heeft God voorgoed vergeten.
Of wordt vervolgd en geslagen,
omdat hij naar God heeft leren vragen.
Maar God vergeet de mens niet,
die door Zijn Woord en Geest,
zijn wet en wil verstaanbaar leest,
de mens weet en gelooft 
dat God alles van Hem ziet.
Hij is het alleen die verkiest
de mens die voor Zijn wetten vreest. 


Op Golgotha werd er eens opgericht
een dode boom met daaraan 
één levende Goddelijke Vrucht,
die mens geworden is en daar 
onder Gods oordeel over 
onze overtredingen zucht.
Wie daarvan gegeten en gedronken heeft,
gaat door die Vrucht, Jezus Gods Zoon,
met Hem door dood en graf heen,
zijn Koning tegemoet,
zingt Gode dank en offert daarmee 
Gods Liefde loon,


Soli Deo Gloria! 


zondag 1 juni 2014


Wat een wonder...


Wat een wonder van genade,
dat God al van mij wist
voor de grondlegging van deze wereld,
Hij zich in mij niet heeft vergist.


Wat een wonder van genade,
dat Jezus voor mijn zonden stierf
voordat ik geboren was,
dat heil ver voor mijn bestaan verwierf.


Wat een wonder van genade,
viel mij hier op aard ten deel,
dat is voor mij alleen van waarde
wat God in Christus voor mij beveelt.


Wat een wonder van genade,
dat God niet doet naar mijn woord,
want dat heeft geen enkele waarde,
alleen wat ik door Zijn Geest heb gehoord.


Wat een wonder van genade,
is Gods oneindige overvloed
van liefde gelijk een vader
die het allerbeste voor zijn kinderen doet.


Wat een wonder van genade,
die onoverwinnelijk blijkt
in de liefde van God mijn Vader,
waarop ik in Christus op Hem lijk.


Wat een wonder te zijn genezen,
als Zijn genade er niet meer is,
omdat ik geen zondaar meer kan wezen,
daar waar ik God mijn Vader nooit meer mis!


Soli Deo Gloria! 



Het alzo...

lezen: Joh. 1: 1-18 
                          3: 16-21 (sv)


Het alzo is een woord
van woord en daad,
voor wie het van God hoort
en doet, omdat men het verstaat.


Het alzo dat God spreekt,
dat spreekt niemand tegen,
waardoor de weerstand breekt
om niet te gaan op Zijn wegen.


Het alzo lief heeft God de wereld,
waardoor Jezus tot ons kwam,
werd door Hem niet tegengesproken
ook niet toen de dood daarop kwam.


Het alzo maakt de scheiding,
van eigen wil en wet,
daar waar God neemt de leiding,
wordt er op niets anders meer gelet.


Het alzo is een woord
waar gehoorzaam naar wordt gehoord,
Jezus doet naar Zijn Vaders wil,
waardoor wij ontvangen Gods Woord.


Het alzo van God is wet,
waar alles naar Zijn wil is ingezet,
wie dat niet door Zijn Geest wil verstaan
is de mens, die Gods wil alzo niet heeft gedaan.


Want Alzo lief heeft God de wereld,
dat Hij Zijn eniggeboren Zoon
gegeven heeft, opdat een ieder
die in Hem gelooft,
niet zal sterven,
maar het eeuwige leven zal hebben. (sv)

Dit laat Gods Geest ons verstaan!


Soli Deo Gloria! 

vrijdag 30 mei 2014



O, grote God...

O, grote God,
onmetelijk hoog verheven,
U wendt Zich naar ons
om Uw gunst aan ons te geven,
U roept ons mensen samen
om ons voor Uw grote werk,
in het loflied voor U te bekwamen.


O, grote God,
onvergelijkbaar zijn Uw daden,
U wendt Zich naar ons 
om waar wij ons bevinden 
te midden van het kwade,
waar wij ons van U hebben afgewend,
Uw grote daden niet erkennen.


O, grote God,
hoe eindeloos is Uw geduld
met onze laster en hoon
waarmee wij U hebben beloond,
nadat wij U hebben verlaten,
wilt U toch in Uw grote liefde
nog tegen ons praten.


O, grote God,
oneindig is Uw vermogen
tegenover mensen
die U en hun naasten bedrogen,
om alles wat U heeft gegeven
om ons te behouden
en onze schuld wilt vergeven.


O, grote God,
die ons in Uw Zoon aanziet,
Hij die onder ons het dodelijk lot,
voor onze schuld 
de kruisdood moest ondergaan,
omdat wij zo alleen
Uw liefde voor ons zouden verstaan.


O, grote God,
die door Uw Heil'ge Geest,
de woorden doet verstaan,
die eertijds zijn geweest,
de Weg de Waarheid en het Leven,
wilt U ook ons Uw genade
in Uw rechtvaardig oordeel geven.


O, grote God,
laat Uw middelen die U gaf
niet ongebruikt tot U keren,
doe ons met dankbaarheid
daaruit Uw wet en evangelie leren,
omdat zo alleen het loflied 
op Uw grote Naam
naar U zal wederkeren.


Soli Deo Gloria! 





U, Heer' alleen!


Zal ik het beter kunnen zeggen,
dan dat Uw Woord en Geest dat doet,
zal ik mij daarbij neer kunnen leggen
als U mij laat zien, dat het anders moet?


Zal ik moeten zwijgen terwijl ik van U weet,
dat ik moet getuigen van wat U voor mij deed?
Zullen dan de stenen spreken die het hebben gehoord
wat U tot Uw Kerk gesproken hebt in Uw Woord?


Zal ik ooit kunnen ontkennen als ik voor U sta,
ik heb niet geweten dat ik zonder geloof in U verloren ga?
Zal ik dan kunnen ontkomen aan het Woord wat U sprak,
ga weg van Mij, jij die Mijn verbond verbrak?


Zal ik blijven volharden tegen beter weten in,
terwijl U mij liet weten hoe U mij heeft bemind?
Zullen mijn goede werken, die ik dacht te hebben gedaan
al mijn schuld aan U hebben voldaan?


Zal ik niet buigen voor Uw grote liefde voor mij,
gaat alles wat U mij beloofd hebt aan mij voorbij?
Zal ik wel echt weten wat U nu tegen mij zegt,
dat U mij verdoemen kan naar Uw heilig recht?

psalm 108 berijmd vers 2 en 3(aangepast)


Ik zal, o HEER, Uw wonderdaân
,
Uw roem den volken doen verstaan.

Want Uwe goedertierenheid

Is tot de heem'len uitgebreid.

Uw waarheid heeft noch paal noch perk,

maar streeft tot aan het hoogste zwerk.

Verhef U boven 's hemels kringen
,
en leer al d' aard' Uw grootheid zingen.





Zo word' Uw dierbaar volk in 't end,

bevrijd van rampspoed en ellend',

O God, verlos mij door Uw hand
,
Verhoor mij, zend mij onderstand.
.
Gij hebt tot mijne vreugd voorspeld,

en in Uw heiligdom gemeld

dat Jezus mij door U gegeven,

mijn ijdel ik hier weg zou nemen  .



Soli Deo Gloria!


donderdag 29 mei 2014


Om Gods hulp vragen.

melodie: psalm 21


1. O God, U hebt ons menigmaal
Uw trouw en hulp bewezen,
de schuld van ons vergeven.
U laat ons door Uw Geest nog zien,
wat U voor zondaarsleed,
met liefde voor ons deed.



2. Hoe vaak zijn wij niet afgedwaald
van wegen die ons leiden,
waarop U ons verblijdde
met wonderen die U liet zien.
Verlaat ons niet o Heer',
leer ons van U steeds meer.


3. Ach, laat ons niet die gangen gaan
van zelf gekozen wegen,
daar missen wij Uw zegen.
De prijs o Heer' door U betaald,
is zo oneindig groot,
die redt ons van de dood.


4. Laat Heer' Uw gunst ons niet ontgaan,
ja, wijs ons op Uw woorden,
die wij opnieuw nu hoorden,
waardoor Uw Geest tot ons weer sprak,
laat woord en daad te saam
in ons doen samen gaan.


5. Uw trouw o God, die U bewees,
laat die van ons niet wijken,
met dank aan U doen blijken.
Verlangen naar Uw komst, o Heer'
wat U heeft toegezegd,
geloven wij oprecht.


Soli Deo Gloria!






Hemelvaart!
lezen: Hand. 1 
en
             Psalm 110



Jezus is mijn Koning
onder Wiens Rijk ik hoor,
gaf mij Zijn wet als beloning,
Hij ging mij daar Zelf in voor.


Jezus is mijn Koning
onder Wiens Rijk ik dien,
gaf mij Zijn Woord en Geest,
waardoor ik Zijn wil kan horen en zien.

  
Jezus is mijn Koning
door Zijn Vader gekroond,
om Zijn werk op aard' als beloning,
waarmee Hij Gods liefde aan mij betoont.


Jezus is mijn Koning,
die Zijn leven voor mij gaf,
opgenomen is in Zijn hemelse woning,
nadat Hij opstond uit het graf.


 Jezus is Hij, die voor mij pleit
bij Zijn Vader in Gods troon,
Die de aanklager van Gods wet bestrijdt
 en mijn plaats bij Hem voor mij bereidt.


Jezus is alleen Koning
in het Koninkrijk van God,
die Zijn wil zal tegenspreken is het,
 die door Gods Recht verworpen wordt.


Jezus is Priester en Koning
door God zelf aangesteld,
geeft ons opdracht uit Zijn hemelwoning
dit moet aan de hele wereld worden verteld.


Soli Deo Gloria!


woensdag 28 mei 2014



God maakt het verschil!


Als ik zou doen
wat ik helemaal niet kan,
door op een afstand
zonder God
naar mijzelf te kijken,
dan schrik ik daar vreselijk van
omdat ik dan mijzelf
met niets of niemand
meer kan vergelijken.


God die alles kan,
spiegelt mij in Zijn Woord
door Zijn Geest.
Versta ik Hem, 
wat ik daarvoor van Hem
nooit heb gezien
 en niet heb gehoord.
Want een wonder
laat God in Christus mij zien,
dat ik er één van Hem ben,
wat Zijn Zoon voor mij heeft verdiend.


God die alles kan,
maakt zelf in mij de keus
waardoor ik in Hem alleen 
kan en mag geloven,
daardoor onderscheidt Hij mij 
van hen die zelf kiezen
en denken dat het ook anders kan,
door uit hun zelf in God te geloven.


God die alles kan en wil
in Zijn Zoon mij alles geven,
Hij is mijn Schepper 
waardoor ik voor Hem mag leven.
Zijn genade is mij genoeg,
die de straf van mijn zonden
aan het kruishout wegdroeg.
Zie de Mens werd daar gezegd,
God in Christus heeft mij
in mijn tijd op aarde,
de verschillen daarin uitgelegd!


Soli Deo Gloria!

dinsdag 27 mei 2014


Hoe vaak...


Hoe vaak probeer ik aan straf te ontkomen,
altijd weer als ik weet dat ik het verdien,
heb ik eerst van mijn overtreding afstand genomen
omdat ik mijn overtredingen niet onder ogen wil zien.


Hoe vaak probeer ik mijzelf te vergeven
 alles wat ik verkeerd heb gedaan,
omdat ik met eigen ogen heb gelezen,
dat wat ik in Gods Woord daarvan zag staan.


Hoe vaak probeer ik weg te komen,
met zo min mogelijk straf, die ik zou moeten krijgen,
onder bladeren vandaan moest komen
omdat God mij riep toen ik bleef zwijgen.


Hoe vaak probeer ik het af te schuiven,
dat wat verkeerd was en niet mocht,
waarvoor men Jezus liet drinken zure druiven,
omdat Hij mijn schuld door Zijn vergoten bloed kocht.


Hoe vaak probeer ik mijn eigen weg te kiezen,
terwijl ik weet welke Weg God mij heeft bereid
om het eeuwige leven niet te verliezen,
de Weg moet nemen naar Zijn Koninkrijk.


Hoe vaak probeer ik mij te verontschuldigen
met dingen die er helemaal niet toe doen.
Mijn zonden dagelijks zo te vermenigvuldigen
alsof God mijn schuld niet heeft verzoend.


Hoe lang, o God zult U mij nog verdragen
in dit zondig lichaam wat mijn verloste ziel omknelt,
laat mij met diep berouw mijn noden U klagen,
ach, doe mij toch bij de verloste zondaren worden geteld!


Soli Deo Gloria! 

Het kwaad, dat aan moet tonen!

2 Kor: 7: 10

10 Want de droefheid naar God werkt een onberouwlijke bekering tot zaligheid; maar de droefheid der wereld werkt den dood.

Het kwaad dat Job moest overkomen
kwam omdat God de Satan vroeg,
acht op Jobs vroom gedrag te geven
en Satan zag dat dit op zijn voorspoed sloeg.


Het kwaad dat Job moest overkomen
werd hem door de Satan aangedaan,
omdat God aan de Satan wilde tonen,
dat ondanks tegenspoed, Jobs geloof bleef bestaan.


Het kwaad dat mij moest overkomen
kwam omdat ik mij niet had verzet,
om Satans wil niet te belonen
ik niet gedaan heb naar Gods wil en wet.


Het kwaad dat mij moest overkomen
kwam niet door mijn oprechte vroom gedrag,
al wilde God van jongsaf aan wel in mij wonen,
wendde ik mij toch steeds weer van Hem af.


Het kwaad dat mij moest overkomen
kwam door mijn goddeloos gedrag,
omdat ik mijzelf met van alles wilde belonen,
juist met dingen die God mij niet gaf.


Het kwaad dat mij moest overkomen
liet God mij de straf als nodig toe,
om mij daarmee Zijn Vaderliefde te tonen,
Zijn liefde in genade maakt Hem niet moe.


Het kwaad dat Gods Zoon op zich nam
en aan het kruis de straf voor mij moest dragen,
dat is het allerbeste wat mij overkwam,
waardoor ik oprecht naar Gods wil heb leren vragen.


Soli Deo Gloria!



maandag 26 mei 2014

Omwille van...

 
Omwille van Uw Woord o God,
heb ik door Uw Geest
met kracht nu gehoord,
wat Hij mij doet verstaan
om zonder Uw Waarheid
hier niet verder te willen gaan.

 
Omwille van Uw Zoon o God,
laat U mij niet alleen,
met woorden om mij heen
door mensen uitgesproken.
Uw Geest legt mij zuiver uit,
wat Uw Woord over mij besluit.

 
Omwille van Uw Liefde o God
kan ik Uw Woord niet tegenspreken,
wat  in Uw Liefde gevonden wordt
doet mijn gevoel en mening breken.
Door Uw Geest leer ik te onderscheiden,
waarom U mij verwerpt of komt verblijden.

 
Omwille van Uw trouw o God,
die onverbrekelijk wordt ondervonden,
ben ik met grote blijdschap
geheel aan U verbonden.
Niets kan Uw trouw doen breken,
dat is de eeuwen door gebleken.

 

Omwille van Uw Waarheid Heer',
geeft U grond om te geloven,
wat God gegeven heeft in Zijn Woord,
daar kwam U voor ons van boven,
nam al de leugens van ons af,
ging door ons aan het kruis en graf.

 
Omwille van Uw grote Naam o God,
kan ik U erkennen, herkennen en bekennen,
dat er buiten U niets gevonden wordt,
wat mij tot lof van U kan brengen.
Het is daarom Uw eigen werk o God,
dat ook mijn zondaarsnaam
 in Uw Woord gevonden wordt.

 
Soli Deo Gloria!

Een engel uit de hemel

Ja, zal mogelijk iemand zeggen: ‘Ik zou ook wel geloven als er een engel kwam die mij het [evangelie] uit de hemel zou verkondigen.’ Daarop moeten we antwoorden: ‘Het is niet waar wat u zegt, want wie het Woord niet aanneemt om het Woord zelf, die neemt het ook niet aan omwille van de predikant – zelfs al zouden alle engelen uit de hemel het voor hem preken. En wie het aanneemt omwille van de predikant, die gelooft het Woord niet, ook niet in God dóór het Woord, maar hij gelooft de predikant en in de predikant. Dat is dan ook de reden waarom zijn geloof niet lang stand zal houden.
Als iemand echter het Woord gelooft, dan gaat het er niet om wie de persoon is die het Woord verkondigt, want hij eert het Woord niet omwille van de persoon. Maar juist andersom, hij eert de persoon omwille van het Woord. Zo wordt de persoon door hem niet boven, maar onder het Woord geplaatst. En hoewel de persoon zou ondergaan of zelfs van het geloof zou afvallen en anders zou gaan preken, dan laat hij eerder de persoon varen dan het Woord. Hij blijft bij het Woord dat hij gehoord heeft. Het maakt niet uit of de persoon aanwezig is, of dat hij komt of dat hij gaat. De persoon mag doen en laten wat hij wil, maar de gelovige blijft bij het gehoorde Woord.
Dit is ook het echte onderscheid tussen een Goddelijk geloof en een menselijk geloof: het menselijke geloof hangt aan de [menselijke] persoon, het gelooft, vertrouwt en eert het Woord omwille van de persoon die het spreekt.
Het Goddelijke geloof echter doet juist andersom: het hangt aan het Woord – dat is aan God zelf – het gelooft, vertrouwt en eert het Woord, maar niet omwille van hem die het gesproken heeft. Hij voelt echter dat het Woord zo zeker en waar is dat niemand hem daarvan kan wegtrekken, al zou zelfs dezelfde predikant [die hem het Woord verkondigd heeft] dat proberen te doen.’
Kirchenpostille 1522, Evangelium in der Früh-Christmetz, Luc. 2:15-20, vgl. WA 10.1.1, 129, 9 – 130, 7
Maarten Luther



Gods Naam wordt geloofd!

     lezen: psalm 116
 melodie: psalm 116




1. God heeft mij lief en daarvoor dank ik Hem,
Hij gaf Zijn Woord en heeft dat nooit verbroken,
Zijn Geest heeft eens mijn tegenstand doorbroken,
nu prijst mijn ziel mijn God van wie ik ben.


2. Eertijds was ik een mens die Hij eens schiep,
maar ik koos zelf mijn weg hier in dit leven,
ondanks Hij mij Zijn Woord wel had gegeven
was ik het die steeds verder van Hem liep.


3. Nooit kwam ik zelf vrijwillig tot mijn God,
dat was maar schijn om schulden te bedekken,
totdat Hij in mij Zijn Zoon eens verwekte,
door Gods verbond aan Hem verbonden werd.


4.Eer dat ik sprak, sprak God alleen tot mij,
Ik doop je in Mijn Naam van jou gegeven
om naar mijn wet en wil te kunnen leven,
Mijn Zoon kocht jou van al je zonden vrij.


5. Zijn Geest leert mij Zijn woorden te verstaan,
eerst had ik daar mijn weerwoord opgegeven,
maar door Zijn Zoon kan ik ook voor God leven,
niets is er wat Zijn macht doet tegen gaan.


6. God was en is Die altijd blijven zal,
mijn Schepper die Zijn rechten heeft verkregen,
door Jezus dood en opstaan Hem gegeven,
mij heeft verlost uit satans valse val.


7. God heb ik lief want die getrouwe Heer'
hoort mijne stem mijn smeking en mijn klagen,
Hij neigt Zijn oor 'k roep Hem nu al mijn dagen,

Hij schonk mij hulp en redt mij telkens weer!

Soli Deo Gloria! 




  

zondag 25 mei 2014

n.a.v. een dienst uit de Westerkerk te Veenendaal 12-05-2014 -09,25
http://www.hervormd-veenendaal.nl/kerkdienst-westerkerk-gemist


Kiezen of uitverkoren zijn?

lezen Jozua 24 1-27

Heer' geen keus is mij gelaten
om een kind van God te willen wezen,
het is Uw liefde Heer' die mij niet zal verlaten,
zo heeft Uw Geest mij dat voorgelezen.

 
Heer' geen keus hoef ik zelf te maken
of God mijn Vader wel wil zijn,
U heeft mij Zelf aan willen raken,
gaf mij Uw Naam bij het doopfontein.

 
Heer' geen keus is aan mij voorgelegd
in het kiezen van mijn voorgeslacht,
al heel ver voor mijn bestaan,
heeft U het ook voor mij volbracht.

 
Heer' geen eigen keus zal mij doen baten,
of U wel of niet van mij houdt,
die keus mag ik alleen aan U overlaten,
 dat ik gelovend op U vertrouw.


Heer' geen keus zal beter wezen,
dan die U in Jezus Christus nam,
Hij kwam op Uw bevel om mijn schuld te vergeven,
waardoor Hij als mens aan het kruishout kwam.


Heer' geen keus is ook een keuze maken,
omdat U mij Uw genade schonk,
door Uw keus voor mij aan U over te laten,

omdat U voor mij die bittere beker dronk.


Heer' er is niets van mij wat Uw Liefde bepaalt
waardoor U van mij heb willen houden,
dat heeft U uit Jezus vergoten bloed gehaald,
waardoor ik op Uw Liefde voor mij kan vertrouwen.


Soli De Gloria!



Heer' verbreek ...
 
Heer' verbreek de intrigant
zijn haat en nijd,
waardoor hij mij het geloof
in U mijn God verwijt,
Leg mij de woorden in mijn hart,
waarmee ik voor hem bid om zijn smart
waarin hij zichzelf geworpen heeft,
door Satans listen zijn verward.

 
Heer' verbreek de intrigant
zijn bittere verwijt,
waardoor hij verre van U en mij blijft,
omdat hij zichzelf de reden geeft,
waarvan ik eerst niets weet 
dat deze ook in mij leeft.
Leg mij o Geest het aan mij uit,
welk doel dit dient in Gods besluit.

Heer' verbreek de intrigant
zijn eigen werk aan alle kant,
laat ook hem aan U mogen vragen,
Heer', waarom heeft U mijn schuld gedragen
terwijl ik tegen beter weten in
weet dat U ook mij toch hebt bemind.
Geef mij daarbij het Goddelijk licht,
waardoor hij zich met mij om genade tot U richt.

Heer' verbreek de intrigant
zijn doel met U en mij te staken,
laat hem die aan U en  mij is verwant,
niet in Satans dodelijke netten raken.
Trek U Heer' hem met koorden van liefde
waarmee U Uw volk ook eens heeft verlost,
laat ons dan niet gezamenlijk
door eigen schuld omkomen van de dorst.

Heer' verbreek de band niet met U door mij,
maak mij van die schulden vrij,
waardoor ik de intrigant de reden gaf,
om zich te verstoppen van U en mij, ver van ons af.
Vergeef mij dat ik U de reden heb gegeven
waarom U voor mij aan het kruis hebt geleden.
Laat niet iemand door mij zich tegen U verzetten,
maar laat ons op het teken van U op ons voorhoofd letten.

Soli Deo Gloria!